Wet – Regelgeving – Veiligheid – Omgang batterijen en laders

Het laden van tractiebatterijen brengt de nodige risico’s met zich mee. De inrichting van een batterijlaadstation is niet voor niets aan bepaalde voorschriften onderhevig. Maar ook orde, reinheid en regelmaat spelen een belangrijke rol.

Als een batterij niet op correcte wijze en onder de juiste omstandigheden wordt geladen, kan dat desastreuze gevolgen hebben. Niet voor niets is de inrichting van een batterijlaadstation aan normen, wetten en praktijkrichtlijnen onderhevig.

Diezelfde wet- en regelgeving maakt het voor een leek echter lastig om door de bomen het bos nog te zien. Zeker omdat voor de verschillende vormen van laadplekken of -stations ook nog eens andere voorschriften gelden. Advies bij de inrichting van een goed georganiseerd laadstation, dat voldoet aan alle eisen, is dan ook zeer welkom.

Verschillende voorschriften

Als er gebruik wordt gemaakt van afzonderlijke laadplekken is het aantal richtlijnen het kleinst. In dat geval moet een waarschuwingspictogram worden aangebracht, waarop zichtbaar is dat roken en werken bij open vuur verboden is. Ook dient de laadplek duidelijk te zijn gemarkeerd. Verder geldt slechts het voorschrift dat de laadplek tenminste 2,5 meter is verwijderd van brandbare materialen, omdat de plek een onderdeel is van een grote ruimte. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. In brand- of explosiegevaarlijke ruimtes, op vochtige en natte locaties en in de levensmiddelenindustrie spelen bijvoorbeeld meer factoren een rol.

Voor de laad- en wisselstations geldt sinds 2003 de nieuwe praktijkrichtlijn ‘Veilig werken bij het laden van tractiebatterijen’ (NPR 3299). Deze richtlijn bundelt de regels en normen uit onder andere de NEN 1010, de NEN 3140, en de NEN-EN-50272-3, en geeft aanwijzingen hoe er in de praktijk met verschillende regelgevingen en normen kan worden omgegaan.

De NPR 3299 is eind 2011 aangepast en vormt een leidraad voor het inrichten van laadruimten en laadplekken, en beschrijft onder meer een methode voor risico-inventarisatie en -evaluatie. De praktijkrichtlijn adviseert ook als het gaat om concreet te nemen maatregelen.

Meerdere doelen

De regelgeving dient meerdere doelen. Zo wordt dankzij de praktijkrichtlijn onder andere het milieu beschermd. Conventionele tractiebatterijen, nog steeds het vaakst toegepast bij intern transportmaterieel, bevatten namelijk elektrolyt; een stof die de bodem sterk kan verontreinigen. De wetgever verplicht daarom bij de minste kans op bodemverontreiniging maatregelen te treffen, bijvoorbeeld door het aanbrengen van een zuurvloeistofdichte vloer.

Maar de NPR 3299 is er ook voor de veiligheid en de arbeidsomstandigheden. Samen met de NPR-7910-1 (+C2) en de NEN-EN IEC-60079-10-1 en 2, en afgestemd op de ATEX Richtlijnen (Eur) en de Arbowet, leidt dit tot talloze verplichtingen en adviezen.

Zo wordt bijvoorbeeld geadviseerd een gasdetector op te nemen in het ventilatie- en beveiligingssysteem. Zo’n detector kan een mechanisch ventilatiesysteem inschakelen als er een te hoge concentratie waterstof aanwezig is in de laadruimte.

Indien waterstof in aanraking komt met zuurstof kan het uiterst ontploffingsgevoelige knalgas ontstaan. Slechts een kleine concentratie waterstof (vier volumeprocenten) kan − in combinatie met een ontstekingsenergie van slechts 0,019 Joule (een lasvonk, elektrische installaties of hete oppervlakten) − al catastrofale gevolgen hebben.

Afzuiging

De waterstofdampen die vrijkomen tijdens het laadproces mogen nooit door een lader worden aangezogen. Vandaar dat de wet een afstand tussen lader en batterij aanhoudt van minimaal 0,8 meter.

Het is altijd van belang een waterstofberekening te maken. Daarbij wordt gekeken naar de hoeveelheid gassen die vrijkomen tijdens gelijktijdige lading, waarna het geheel wordt afgestemd op de beschikbare ruimte en omgeving. Een afzuigsysteem kan dan vereist zijn.”

Naast de afzuiging van lucht is het verstandig te bepalen of er eventueel ook toevoer nodig of gewenst is. Moet de lucht in de laadruimte worden ververst?

Tevens is het verstandig om de batterijen tijdens het laden op een lastdrager te zetten, die beluchting van onderen mogelijk maakt.

Vloer en water

De zuurvloeistofdichte vloer van de laadruimte moet een verval hebben van twee procent ten opzichte van rioolstelsels of -putten. Het laagste punt van de laadruimte wordt voorzien van een zuurdichte afvalput met een minimale inhoud van 0,25 m3. Zo’n put mag natuurlijk nooit ofte nimmer zijn aangesloten op het rioleringssysteem en moet, indien nodig, kunnen worden leeggepompt. Afhankelijk van de inzet kan in plaats van de put ook worden gekozen voor het aanhouden van een voorraad neutralisatiemiddel (Natriumcarbonaat).

Een waterleiding en een waterkraan mogen evenmin ontbreken. “Om te voorkomen dat er kortsluiting ontstaat door lekkages of condensvorming is het raadzaam die waterleidingen in de buurt van de laders zo laag mogelijk te monteren om toch zo veel mogelijk afstand te houden”, weet Den Besten. Ten slotte dient er voor iedere lader een elektragroep aanwezig te zijn. Zo’n groep dient te zijn aangelegd conform de voorwaarden gesteld in NEN 1010.

Organisatorische eisen

Naast de genoemde, bouwtechnische eisen gelden meerdere organisatorische eisen, die net zo belangrijk zijn. Vanwege de kans op knalgas, is het bijvoorbeeld verboden om in een laadruimte te roken, te lassen of te slijpen. Daarnaast dient de ruimte voldoende te zijn gemarkeerd en moeten de gebruiksaanwijzingen van de laders duidelijk zichtbaar zijn.

Voor het geval er onverhoopt toch iets fout gaat, moet de laadruimte minimaal zijn uitgerust met een (werkende) oogdouche, uiteraard binnen handbereik. Bij meerdere batterijen is het nog beter een oogstortdouche of een extra combi-stortdouche te plaatsen, omdat de ogen daarmee in één keer helemaal worden afgespoeld. Ook veiligheidsbrillen, handschoenen, een schort en een brandblusser mogen niet ontbreken. De persoonlijke beschermingsmiddelen moeten op peil en in conditie worden gehouden.

Al voldoet de laadruimte aan de (bouw)technische eisen en is er aan alle voorzorgsmaatregelen gedacht, dan nog ben je als werkgever niet verzekerd van een veilig laadproces. Het belangrijkste element in dit proces is en blijft namelijk de medewerker. Zolang de kennis en de organisatie niet goed op de rit staan en het bedienend personeel zich niet bewust is van de gevaren, blijft een ongeluk in een klein hoekje zitten.

Voorkom kortsluiting bij laadstations
• Gebruik gereedschap met geïsoleerde handgrepen
• Gebruik handschoenen
• Leg nooit metalen voorwerpen op de batterij

Voorkom gezondheidsrisico’s
• Gebruik zuurbestendige handschoenen
• Gebruik zuurbestendige kleding (schort, schoenen)
• Gebruik een veiligheidsbril of gelaatsmasker

Maatregelen bij overlopen van elektrolyt
• Draag bescherming bij het laden om verwonding te voorkomen
• Sporen van elektrolyt direct verwijderen met poetsdoek
• Poetsdoek verwijderen in speciale container
• Eventuele plassen opnemen met inerte korrels of neutraliseren met sodaoplossing

Battery Parts Veiligheid